Persoonlijk leiderschap in 2025: verlies en winst

december 29, 2025

Toen alles nog begon. Haar armen waren mijn eerste thuis. In het jaar dat ik haar verloor, vond ik mijn eigen fundament.

Persoonlijk leiderschap in 2025: een jaar van verlies en winst.

Over pleasegedrag, verlies, verlatingsangst en jezelf hervinden.

Al jaren blik ik aan het einde van het jaar terug. In het kader van persoonlijk leiderschap reflecteer ik over het jaar dat ten einde loopt. Om opnieuw betekenis te kunnen geven aan het jaar en alle gebeurtenissen. Steeds is er wel iets geweest om los te laten. Een gewoonte, een overtuiging, een werkwijze. Ik schreef er over in mijn blog over oude beelden loslaten om vooruit te komen. Of we waren met zowel werk als privé verhuisd. En dat na twee zakelijk loodzware coronajaren. Die laatste gebeurtenissen hadden al enorme impact gehad, praktisch en mentaal. Ook daarover schreef ik een blog De weg en het tussenjaar.  Afscheid, verlies is rouwwerk. En rauw.


Maar dit jaar is anders dan alle andere jaren. En het eindigt ook anders.

Eind januari ging ook onze oudste zoon de deur uit, ging samenwonen en werd het stil in huis. De jongste zoon woonde namelijk al een paar jaar op zichzelf. De leegte diende zich aan. Daar keken wij eerlijk gezegd best naar uit. Goed voor hem en goed voor ons.


Begin februari (een week na het vertrek van onze zoon) overleed mijn moeder. Een dag na mijn 58e verjaardag. Ze werd 85 jaar oud. Door haar dementie was het afscheid nemen eigenlijk al eerder begonnen. Ik las een prachtig (pijnlijk herkenbaar) boek over dementie van Hans Siepel, genaamd “Stemmen van de ziel, vergeten waarheid van dementie”. In mijn moeders proces kwamen al haar onverwerkte angsten en trauma’s naar boven. Het was intens verdrietig en pijnlijk om haar zo te zien lijden, terwijl mijn vader, zus en ik niets konden doen om haar te helpen. Behalve er simpelweg te zijn, zonder iets te willen veranderen. Een oefening in een Boeddhistische levenshouding dus.


Oude pijn aan de oppervlakte

In die periode kreeg ik ook zicht op iets dat al langer in mij borrelde, maar waar ik nooit echt bij kon.

In mijn werk kon ik prima mijn grenzen aangeven, nee zeggen, verantwoordelijkheid daar laten waar die hoorde. Maar thuis, dichtbij, voelde dat heel anders.


Ik kwam tot de ontdekking, na het afpellen van allerlei laagjes tijdens de afgelopen jaren van persoonlijk proceswerk dat bij persoonlijk leiderschap hoort, dat ik heel diep weggestopt te maken had met verlatingsangst. Die van haar, die van mezelf.

Maar verlatingsangst laat zich zelden zien als angst. Daarom herkende ik hem niet.


De vermomming van angst
Bij mij vermomde hij zich als betrokkenheid. Als de harmonie willen bewaren. Als vooruitdenken. Als zorgen dat het goedkomt. Ik was dus aan het pleasen.
Gedrag dat vaak gewaardeerd wordt – tot het begint te schuren. Bij de ander (mijn man en kinderen). En bij mijzelf. Dit vatten mijn betrokkenheid en warmte soms ook op als controlegedrag. Die feedback deed zeer!

Onder mijn behoefte aan controle zat geen wantrouwen naar anderen, maar een dieper wantrouwen naar mezelf. Een oud verhaal, ingeprent door mijn moeder: “Zolang ik zichtbaar blijf en het goede doe voor anderen, zal ik niet verlaten worden.” Als ik mijn grens aangeef, kan iemand mij afwijzen — en dus verlaten. Haar oorlogstrauma was ongemerkt ook het mijne geworden.

Ik heb tijdens de reflecties de neiging om op woorden te kauwen, om hun ware smaak te proeven. Bij het woord ‘verlaten’ dook ineens ook het woord ‘verraad’ op. Zwaar misschien, maar hoe langer ik het toeliet, hoe meer het klopte. Niet door anderen, maar door mijzelf. Om niet verlaten te worden door anderen, paste ik me aan. Daarmee liet ik mezelf in de steek. Het was zelfverraad. En dat is in alle rauwe eerlijkheid het echte patroon. Dit kwam behoorlijk binnen.

Aanpassen is geen afstemmen
Ik paste me namelijk altijd aan. Ik noemde dat afstemmen. Maar dat was het niet. Ik was aan het pleasen.
Afstemmen is eerst bij jezelf nagaan wat je wilt, wat je nodig hebt of verlangt, en van daaruit afstemmen op de ander. Wat ík deed heette aanpassen: eerst vragen wat de ander wilde, en dan kijken of ik daarin mee kon gaan. Meestal kon dat. En zo niet, dan zorgde ik er wel voor. Maar als het echt niet kon, kreeg ik een knoop in mijn maag bij het idee “nee” te moeten zeggen. Want stel dat de ander zich dan afgewezen voelde?

Het wrange was dat ik, door mij mijn hele leven aan te passen en te pleasen, nooit had geleerd wat ik zelf diep van binnen wilde. Al had ik gewild om mij af te stemmen, waarop dan? Ik kon er niet eens bij. Au.

Schaamte en helderheid

Ik ben dankbaar dat de psycholoog die ik sprak, mij dit verschil helder maakte. Het was een paar dagen voordat mijn moeder overleed. Ook hier weer synchroniciteit. Ik begon erop te kauwen.


Toen ik me dit realiseerde, voelde ik ook schaamte opkomen. Hoe kon ik in mijn werk mensen begeleiden bij grenzen stellen en stoppen met pleasegedrag, maar de onderliggende overtuiging bij mezelf in de privésfeer niet herkennen?


Blijkbaar had ik het proces van mijn moeder nodig om in mezelf te zien wat er onder mijn patronen speelde. En blijkbaar was ik er nu aan toe om die diep verborgen laag in mijzelf aan te gaan. Wéér de diepte in.


Stappen naar heling: Verlies én winst

Pijnlijk, maar ook dankbaar. Want eindelijk werd helder wat er onder lag. En van daaruit kon ik stap voor stap beginnen met helen.Hoe ik dat deed? Los van de jaren waarin ik mij al ontwikkelde, en waarin ik opleidingen volgde waar ik in mijn werk ook dankbaar gebruik van maakt, en de vele coachsessies en reflecties en intervisies die ik schreef en volgde, opstellingen deed, kwam afgelopen jaar in een stroomversnelling.

Een stilteretraite van vijf dagen begin maart gaf me een eerste zetje. Het bijzondere van deze retraite was dat toen ik mij in het najaar van 2024 inschreef voor deze intense ervaring ik al wist dat mijn moeder er dan niet meer zou zijn en dat ik deze retraite heel goed kon gebruiken in mijn rouwproces.

Daarna volgden een lezing van Manu Keirse over rouw en verlies, wiens boek ik al kende maar die ik graag ook een keer wilde horen spreken over zijn kijk op rouwen bij dood en bij leven. De meditaties die ik weer oppakte na een blessure die mij letterijk uit balans had gebracht.
Het werd een nieuwe dagelijkse oefening: meditaties waarin beelden opkwamen, intuïtief schrijven, en het opnieuw leren luisteren naar wat zich van binnen aandiende.
En meest recent in december een zweethutceremonie met 38 vrouwen. Een indiaans reinigingsritueel dat ook nu, net als de stilteretraite eerder dit jaar, weer precies goed uitkwam.

Met elke stap, en alle kleine tussenstapjes, voel ik dat ik dichter bij mezelf kom. En dat de verlatingsangst zijn bestaansrecht verliest. Ik leerde mezelf van binnenuit dragen. Dát is echte autonomie.

Ik verloor dit jaar mijn moeder, maar won mijzelf terug.

De kracht van het niets
En zo kijk ik terug op een jaar van loslaten en toelaten. Loslaten wat mij niet meer dient. Toelaten wat nieuw en onbekend is. En ook durven verblijven in het niemandsland en de leegte. De ontstane ruimte hoeft voor mij niet direct ingevuld en opgevuld te worden. Het mag best even leeg blijven en dan ruimte te houden om te ontdekken wat er wil ontstaan.
Ik begin nieuwsgierig te worden naar wie ik ga worden. En dat mag tijd hebben om te groeien.

Spelen zonder angst voor het onbekende

Vooruitkijkend voel ik het verlangen om steeds meer te leven vanuit vertrouwen. Om weer echt te durven spelen. Niet om iets te bereiken, maar puur voor het plezier. Zonder angst voor het onbekende.
En ja, de stem van mijn moeder hoor ik soms nog in mijn eigen gedachten terug: “Zou je dit nou wel doen? Is dit wel verstandig? Zou je niet beter…”

Die stem hoorde ik mijn hele leven. Ze kon het niet laten. Haar bezorgdheid kwam voort uit haar eigen angst en beklemming, die zich ongemerkt ook in mij nestelden. Het voedde mijn overtuiging dat het onbekende gevaarlijk kon zijn. Haar stem was mijn eigen stem geworden.
Maar inmiddels heb ik geleerd me daar niet meer door te laten leiden. Die stem is er soms nog, zachtjes, maar ze bepaalt mij niet meer. Ze waarschuwt, maar leidt mij niet langer. Al zou het eerlijk gezegd wel eens fijn zijn als ik haar gewoon niet meer hoorde.

Een nieuw begin

Spelen zonder angst vraagt moed. Want zelfs nu kost het soms nog energie om die oude waakzaamheid los te laten. Maar met elke stap voel ik dat het kan. En dat het lichter wordt.
Ik sta aan het begin van een nieuw avontuur. En dat voelt als een prachtig vooruitzicht.


Ik heb zin in 2026. Om te spelen. Huppelend, struikelend, vol onvoorwaardelijk vertrouwen. Niet omdat het moet, maar omdat ik mag. Omdat ik wíl. Ont-moeten en ontmoeten.

 

Misschien herken je iets in mijn verhaal. Voel je vrij om iets te delen of stil mee te lezen. Alles is welkom

Misschien ook interessant

mei 16, 2026

Moreel beraad en dienend leiderschap in waardengedreven teams

Waarom komt moreel beraad in de ene organisatie of team tot leven en blijft het in de andere een papieren begrip? Deze blog laat zien hoe dienend leiderschap, waarden en een veilige aanspreekcultuur bepalen of morele afweging echt betekenis krijgt.

april 14, 2026

Aanspreekcultuur verbeteren om de samenwerking binnen je team te versterken

Een sterke aanspreekcultuur is onmisbaar voor teams die beter willen samenwerken. In deze blog lees je hoe dienend leiderschap helpt om openheid, vertrouwen, verantwoordelijkheid en de samenwerking in je team te vergroten.

Servant leadership
in vijftien minuten

‘Servant leadership in 15 minuten’. Waarom zijn zoveel mensen naar zichzelf op zoek? Wat doen inspirerende leiders anders? Dit boek helpt je bij jouw reis naar dienend leiderschap.

Inschrijven nieuwsbrief